Of bel naar het telefonisch spreekuur, dagelijks tussen 9-11u en 16-17u
078 - 770 81 81

Veelgestelde vragen

Waarom word ik niet zwanger?

Lukt het langer dan 12 maanden niet om zwanger te worden, terwijl je wel seks hebt? Neem dan contact op met je huisarts of gynaecoloog. Zij kunnen onderzoeken of jij en je partner minder vruchtbaar zijn. Ook na 12 maanden kan het nog steeds een kwestie van pech zijn.

Ouder dan 36 jaar

Als je 36 jaar of ouder bent, wordt geadviseerd naar je huisarts te gaan als je na 6 maanden proberen nog niet in verwachting bent.

Naar de huisarts

In de volgende gevallen is het verstandig om meteen voor advies naar je huisarts te gaan, die je eventueel ook kan doorverwijzen naar een gynaecoloog:

  • als je nooit of bijna nooit menstrueert;
  • als je een cyclus hebt die korter is dan 24 dagen. De cyclus duurt van de eerste dag van de menstruatie tot de eerste dag van de volgende menstruatie;
  • als je een cyclus hebt die langer is dan 35 dagen;
  • als er in het verleden vruchtbaarheidsproblemen waren die nu nog kunnen bestaan;
  • als je een aangeboren afwijking hebt die mogelijk onvruchtbaarheid tot gevolg kan hebben;
  • als je ooit een medische behandeling hebt ondergaan waarvan de arts heeft verteld dat die onvruchtbaarheid tot gevolg kan hebben;
  • als je ooit een chlamydia- of gonorroe-infectie hebt doorgemaakt (dit zijn geslachtsziekten);
  • als je ooit een ontsteking aan een eileider hebt gehad;
  • als bij de man ooit is vastgesteld dat hij zwak zaad heeft;
  • als er problemen zijn tijdens het vrijen, zoals pijn of impotentie.

Hoe zit het met zwangerschap na anticonceptie?

Van alle stellen die regelmatig vrijen zonder anticonceptie is 70 procent binnen zes maanden zwanger, 80 procent binnen een jaar en 90 procent binnen twee jaar.

Het is dus heel normaal als het even duurt voordat je zwanger raakt nadat je bent gestopt met het gebruik van anticonceptie.

Gestopt met de pil

Nadat je gestopt bent met het slikken van de pil, kun je in principe na 7 dagen weer zwanger raken. Deze 7 dagen worden soms de ‘stopweek’ genoemd. Bij sommige pillen is de stopweek korter of moet je de pil zonder stopweek doorslikken. Bij deze pillen kun je al sneller weer vruchtbaar zijn.

Als je stopt met andere voorbehoedsmiddelen

Hoe lang duurt het bij andere voorbehoedsmiddelen voordat je weer zwanger kunt raken?

  • Gebruik je een spiraaltje, implantaat (staafje) of condooms? Als je daarmee stopt kun je meteen zwanger raken.
  • Gebruik je een pleister of een vaginale ring, dan duurt het een week voordat je weer zwanger kunt raken.
  • Alleen bij de prikpil kan het heel lang duren voordat je zwanger kunt raken. Bij sommige vrouwen duurt dat wel een jaar.

Hoe word ik gezond zwanger?

Om je kans op zwangerschap en op een gezonde baby te vergroten, kun je beter stoppen met roken, alcohol en drugsgebruik. De gifstoffen die je daarmee binnenkrijgt maken mannen en vrouwen minder vruchtbaar. Gezonde voeding en regelmatig leven zonder stress verbeteren ook je kansen.

Om de kans op een baby met een open ruggetje te verkleinen, begin je nog voor de zwangerschap met het slikken van foliumzuur. Dat is gewoon te koop bij de apotheek.

Wat is het beste moment om zwanger te worden?

Als je een gezin wilt stichten, nu of in de toekomst, is het belangrijk om te weten of je al aan kinderen toe bent.

Kinderen kunnen het best opgroeien in een gezin met ouders die een goede vaste relatie hebben en die allebei voor de kinderen willen en kunnen zorgen. Verder is het prettig als er een vast inkomen is, want kinderen kosten ook geld. Daarnaast moet de woning geschikt zijn voor kinderen, liefst met een aparte kinderkamer en goede faciliteiten om te koken en te wassen.

Slik elke dag foliumzuur

Begin nog voordat je stopt met anticonceptie met het slikken van foliumzuurtabletten. Foliumzuur verkleint de kans dat je kindje ter wereld komt met een ernstige aandoening, zoals een open ruggetje of een open schedel.

Vruchtbaarheid

Je vruchtbaarheid schommelt sterk tijdens de menstruatiecyclus. De cyclus duurt van de eerste dag van de menstruatie tot de eerste dag van de volgende menstruatie. Bij de meeste vrouwen duurt de cyclus ongeveer een maand. Als je bent gestopt met de pil, kan het een tijdje duren voordat je weer regelmatig ongesteld bent. Daar hoef je niet op te wachten. Na het stoppen met voorbehoedsmiddelen raakt 80 procent van de vrouwen binnen 12 maanden zwanger. Vaak is vrijen om de één of twee dagen voldoende om snel zwanger te worden. De kans op zwangerschap neemt wel af naarmate je ouder wordt.

Vrijen tijdens je vruchtbare dagen

Ongeveer halverwege de menstruatiecyclus ben je het meest vruchtbaar. Dat is rond de tijd dat de eisprong (ovulatie) plaatsvindt. Dat is een goed moment om te gaan vrijen, want dan heb je de grootste kans om zwanger te raken.

Je bent drie dagen vruchtbaar, tot één dag na de eisprong. Met een vruchtbaarheidstest kun je precies nagaan wanneer de eisprong plaatsvindt.

Manier van vrijen

De manier waarop jullie vrijen speelt ook een beetje mee. Het is goed als het zaad in de schede van de vrouw blijft en er niet meteen weer uit kan lopen. Sta dus niet meteen op na het vrijen. De ‘missionarishouding’, waarbij de man boven en de vrouw onder ligt, is een goede positie, omdat de zaadcellen dan makkelijker omhoog kunnen zwemmen. Ook de zijligging en de knie-elleboogligging zijn goede posities.

Ik ga naar het ziekenhuis en neem mee...

Als je in het ziekenhuis gaat bevallen, moet je ruim van tevoren alvast je tas met spullen klaarzetten. Ook als je thuis wilt bevallen, moet je een tas klaar hebben staan voor als je onverwacht toch naar het ziekenhuis moet. Hieronder staat een lijst van wat je allemaal mee moet nemen.

  • Je verzekeringspasje (of, als je dat niet hebt, een kopie van je polisblad).
  • Je ziekenhuiskaart (als je die hebt).
  • De kaart van de verloskundige (als je die hebt gekregen) en het papier met daarop de zwangerschapsgegevens, zoals je bloeddruk en je bloedgroep.
  • Toiletartikelen voor jezelf, zoals een borstel, tandenborstel en tandpasta, en zeep. Vergeet niet je eventuele lenzen (en vloeistof) of bril in te pakken!
  • Kleding voor jezelf. Pak minimaal twee pyjama’s of grote T-shirts in voor tijdens de bevalling en een paar ruime slips of onderbroeken. Slippers zijn handig als je die hebt. Pak ook kleding in voor na de bevalling. Na de bevalling is je buik nog niet meteen plat. Neem dus een zwangerschapsbroek mee!
  • Kleding voor de baby, waaronder een rompertje, truitje, broekje, sokken, een muts en een jasje of dekentje.
  • Een zitje om de baby te vervoeren (een babyautostoeltje).
  • Een fototoestel met opgeladen batterij en een leeg rolletje of geheugenkaartje.
  • Een lijstje met telefoonnummers.
  • Je mobiele telefoon en de lader.
  • Een muntje van 1 euro en een muntje van 2 euro voor in de rolstoel in het ziekenhuis. Het verschilt namelijk per ziekenhuis wat voor muntstuk erin moet.
  • Contant geld voor de parkeerplaats of taxi en om iets te eten te kopen voor je partner.

Help mijn hormonen

Hormonen

Een zwangerschap verandert niet alleen je lichaam, ook je emoties kunnen sterk veranderen. Dat komt door de hormonen in je lichaam. Je reageert daardoor anders dan toen je niet zwanger was. Je emoties wisselen sneller. Het ene moment ben je blij, het andere moment voel je je onzeker en heb je veel twijfels. Dat is bij veel zwangere vrouwen zo. Het is niet erg, maar het kan wel vervelend zijn om te merken dat je verandert, en om te merken dat je daar zelf geen controle over hebt.

Veranderingen

Zwanger zijn en moeder worden zijn ook grote veranderingen in je leven. Dat is spannend, maar die spanning kan ook onprettig zijn. Je gevoelens zijn normaal. Iedereen heeft spanningen tijdens de zwangerschap. De ene vrouw meer dan de andere. Zoek vooral steun en praat erover.

Wat kun je doen aan wisselende stemmingen?

  • Het is belangrijk dat je goed voor jezelf zorgt.
  • Zorg voor lichamelijke én geestelijke rust.
  • Geef jezelf de tijd om je voor te bereiden op de komst van je kindje, ook als het niet je eerste kind is.
  • Zoek manieren om te ontspannen. Zwangerschapsgym, zwangerschapsyoga of meditatie kunnen je helpen.

Bespreek je gevoelens

Soms lukt het helemaal niet om je te ontspannen en merk je dat je stemming negatief wordt en blijft. Je bent somber en maakt je zorgen. Het is belangrijk om dit aan je huisarts, verloskundige of gynaecoloog te vertellen. Ook na de bevalling is het heel belangrijk dat je je stemming in de gaten houdt.

In het begin voelt iedere vrouw die net bevallen is zich heel huilerig en wiebelig. Dat moet na een week of vier, vijf wel minder worden. Als dat niet zo is, geef dat dan aan bij je huisarts of bij het consultatiebureau. Wacht niet te lang.

Hoe eerder je aan de bel trekt, hoe beter je het kunt behandelen.

Ik ben zwanger en het werken word mij teveel

Onderzoeken wijzen uit dat stress gedurende lange tijd in de zwangerschap niet gunstig is voor de ontwikkeling van de baby, maar niemand kiest bewust voor stress. Wanneer je gestrest bent, maakt je lichaam zich klaar voor actie: je spieren spannen zich, de ademhaling versnelt, je hartslag gaat omhoog.

Als stress niet te lang aanhoudt, is het niet gevaarlijk. Een beetje stress is zelfs goed. Je kindje heeft dat nodig om zich voor te bereiden op het leven buiten de buik. Het is dus niet erg als je af en toe een stressvolle dag hebt.

Te veel stress

Langdurige of te sterke stress is ongezond en kan tot problemen leiden, zowel voor jou als voor de baby. Je lichaam wordt dan moe en heeft te veel spanning. Dat is weer slecht voor de groei en ontwikkeling van je kindje. Overmatige stress kan ook leiden tot problemen tijdens de bevalling, waardoor jij of je kindje in nood komt. Na de geboorte kan je baby ook minder goed omgaan met stress. Sommige kindjes huilen daardoor veel, andere hebben moeite met drukte, veranderingen of spanning.

Wat kun je doen om stress te voorkomen?

Zorg goed voor jezelf en probeer af en toe wat rust te nemen.

  • Probeer op tijd naar bed te gaan en eventueel ’s middags even te gaan slapen. Ook als je je niet moe voelt is dat een goed idee, want door de stress merk je soms niet op hoe moe je bent.
  • Probeer dagelijks voldoende te bewegen, zodat je spieren soepel blijven. Als je beweegt, komt er ‘endorfine’ vrij in je lichaam, waardoor je je blij en gelukkig gaat voelen. Dat is gezond voor jou en daardoor ook voor je baby.
  • Eet regelmatig en gevarieerd, ook als je geen honger hebt.
  • Ga af en toe iets doen dat je gedachten verzet, bijvoorbeeld naar de bioscoop of bij vrienden op bezoek.
  • Ga dagelijks minimaal een kwartiertje liggen met je handen op je buik en probeer je aandacht te richten op je baby.

Het is ook altijd verstandig om het met je eigen verloskundige of arts te bespreken.

Wat kan ik zélf doen als mijn kind te dik is?

Wat kan ik zelf doen als mijn kind te dik is?

Kleine veranderingen die je zelf al kunt doorvoeren. Deze zullen niet direct leiden tot een drastisch gewichtsverlies, maar helpen wel bij een gezonde leefstijl.  

Meer bewegen
Bewegen verkleint de kans op bepaalde ziektes, verbruik meer energie en verbetert de stoelgang. De norm gezond bewegen voor kinderen is om dagelijks minimaal 1 uur te bewegen. Hierbij moet de hartslag iets hoger en de ademhaling iets sneller zijn dan normaal.
 
Bewegen is meer dan alleen sporten. Buitenspelen, op de fiets naar school of lopen. Het is wel belangrijk te kiezen voor een sport of manier van bewegen die past bij je kind. Wanneer bewegen leuk is, is het makkelijker vol te houden. Een ander bijkomd voordeel is dat kinderen die meer bewegen automatisch ook minder stilzitten achter de tv of computer. Er zijn steeds meer aanwijzingen dat lang achter elkaar stilzitten slecht is voor de gezondheid.

Het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen geeft nog meer tips om meer te gaan bewegen.

Elke dag ontbijten
Kinderen die niet ontbijten hebben vaak een mindere concentratie. Dit heeft invloed op de schoolprestatie van je kind. Daarnaast blijkt niet ontbijten ook ongunstig voor het gewicht van je kind. Vaak wordt er in de loop van de ochtend meer gesnackt en snacks zorgen juist voor veel energie en weinig goede voedingsstoffen.

Heeft je kind moeite met ontbijten, begin dan met kleine porties. Een beetje fruit of wat pap of een cracker is ook goed.

Minder frisdrank
Hierbij gaat het niet alleen om cola of sinas, maar om alle gezoete dranken. Vruchtendranken zien er vaak gezond uit, maar bevatten net zo veel suiker en energie als cola. Ook thee met suiker of sterke aanmaaklimonade bevatten veel suiker.

Om de dorst te lessen is water prima. Om het wat op te leuken kan er een heel klein scheutje limonade aan toegevoegd worden. Ook thee met een smaakje kan toch zoet smaken zonder er suiker aan toe te voegen.

Verminder tussendoortjes
Tussendoortjes geven ongemerkt vaak veel calorieën. Het is ook helemaal niet nodig om altijd te eten als je trek hebt. Toch kan een tussendoortje af en toe best. Is je kind gewend om op vaste tijden iets te eten te krijgen, dan zal het ook minder vragen om tussendoortjes.

Doe mee
Een kind dat te dik is, heeft het al moeilijk genoeg. Tegenwoordig komen we overal in aanraking met eten. Op elke hoek is eten te koop en er wordt volop reclame voor gemaakt. Helaas kan je hier niet altijd invloed op uitoefenen, maar door zelf het goede voorbeeld te geven, help je je kind op de goede weg. Daarnaast is het voor een kind ook niet leuk als het geen chips mag, maar de rest van een gezin wel.

Lees meer over gezonde diëten.

Kan ik een flesje maken met water uit de kraan?

In principe is het leidingwater in Nederland zuiver genoeg voor gebruik door zuigelingen. Je kunt zelfs beter geen flessenwater gebruiken omdat daarin allerlei stoffen zitten, zoals bijvoorbeeld zout, die niet goed zijn voor een baby. Bovendien is het duur en niet goed voor het milieu.

Loden leidingen

Alleen het gebruik van leidingwater uit loden leidingen voor zuigelingen en jonge kinderen wordt afgeraden.

In Nederland ligt de concentratie lood in het leidingwater beneden de 25 microgram per liter. Bij loodconcentraties boven de 35 microgram per liter kunnen zuigelingen de veilige ‘bovengrens’ overschrijden. Dat kan voorkomen in huizen die gebouwd zijn vóór 1940 in de binnenstad van grote steden, waar in enkele gevallen nog loden leidingen zijn.

Baby’s die flesvoeding (kunstvoeding) krijgen, kunnen daardoor te veel lood binnenkrijgen. Dat veroorzaakt schade aan het zenuwstelsel, die leidt tot concentratieproblemen en verminderde intelligentie. Verder kan langdurige blootstelling aan lood leiden tot een verhoogd risico op hoge bloeddruk. Het advies is om dan water uit flessen of pakken te gebruiken, met een laag natriumgehalte (dus weinig zout).

Borstvoeding en aan de wijn

Per glas alcohol zou je minimaal drie uur moeten wachten voordat je je baby voedt. Dat betekent dus dat je na twee consumpties ten minste zes uur moet wachten voor je de volgende voeding geeft. Dit geldt uiteraard ook voor het afkolven voor latere voedingen. Alle alcohol is in die uren zeker door je lichaam afgebroken en uit de moedermelk verdwenen. Als je baby toch binnen deze tijd gevoed wordt, drinkt hij aanzienlijk minder moedermelk en slaapt hij slechter.

Ik heb geen moedergevoel, wat is er aan de hand?

Zwangerschap en een bevalling zijn heftige gebeurtenissen. De hoeveelheid hormonen in je lichaam verandert steeds. Daardoor kun je last hebben van heftige en onverwachte emoties en van wisselende stemmingen.

Emoties

Sommige vrouwen hebben meteen een gevoel van verliefdheid op hun baby. Bij anderen komt dat moedergevoel pas later. Als je een zware bevalling hebt gehad, heb je tijd nodig om te herstellen. In het begin kan het daardoor moeilijk zijn om van je baby te genieten. Huilbuien en wisselende stemmingen zijn de eerste tijd na de bevalling normaal. Je hoeft je niet groot te houden; zoek troost en bevestiging bij je partner, familie en vrienden.

Onzekerheden

Veel nieuwe ouders voelen zich onzeker. Opvoeden is niet altijd makkelijk. De ene keer denk je dat het goed gaat, de andere keer heb je het gevoel dat het allemaal niet lukt. Bij een eerste kindje is alles nieuw. Je moet wennen aan de nieuwe situatie en krijgt veel nieuwe verantwoordelijkheden. Het is heel logisch dat veel nieuwe ouders dan aan zichzelf gaan twijfelen. Ze vragen zich af hoe ze met hun baby moeten omgaan, of ze het wel goed doen, en wat eigenlijk ‘normaal’ is.

Bedenk dat iedere ouder fouten maakt, en dat twijfels er gewoon bij horen. Als je bijvoorbeeld een zware en spannende zwangerschap en bevalling hebt doorgemaakt, of als je er alleen voor staat, of als je een baby hebt die extra medische zorg vraagt of veel huilt, kan dat de onzekerheid nog versterken.

Relatie met je partner

De gedeelde ervaring van de geboorte van je baby kan jou en je partner dichter bij elkaar brengen, maar het kan ook gebeuren dat er na de bevalling spanning in je relatie ontstaat. In deze periode ben je vaak extra prikkelbaar en heb je last van wisselende stemmingen. Ook voor je partner is de geboorte van jullie kind een emotionele gebeurtenis. Emoties en vermoeidheid kunnen drukken op je relatie.

Wat kun je doen?

Probeer het ouderschap te zien als een ontdekkingsreis en zoektocht voor jullie beiden. Het is belangrijk dat je niet te hoge eisen aan jezelf en aan elkaar stelt. Je moet je kind leren kennen en de ‘gebruiksaanwijzing’ moet je ook zelf ontdekken.

Als je merkt dat je steeds onzekerder wordt of dat je meer gaat piekeren, is het goed om hulp te zoeken. Blijf niet te lang alleen rondlopen met je onzekere gevoelens! Maak een afspraak met je huisarts of consultatiebureauverpleegkundige.

Ik heb mijn twijfels over de kinderopvang

Je vraagt je af wat je met zulke vervelende gevoelens over het kinderdagverblijf moet doen. Vaak is het in het begin sowieso wennen en kost het moeite om je kindje los te laten. Je hebt het gevoel dat zij het nooit zo goed kunnen doen als jijzelf, maar op een gegeven moment zul je merken dat het gaat wennen en zie je ook de positieve aspecten van een kinderdagverblijf.

Praat over je gevoelens

Als je toch een naar gevoel blijft houden, kun je het best zo eerlijk mogelijk zijn tegenover jezelf én het kinderdagverblijf. Ga na waarover je geen goed gevoel hebt en bespreek dat in ieder geval met de groepsleiding.

Vraag ook naar de pedagogische visie. Misschien heb jij een heel ander idee over verzorging, opvoeding en veiligheid. Vertel wat jouw verwachtingen zijn en vraag of zij daaraan kunnen voldoen.

Als dat geen positief resultaat oplevert, kunnen jullie je opnieuw beraden en misschien eens een kijkje nemen op een ander kinderdagverblijf. Neem je gevoelens in ieder geval serieus en praat erover.

In Nederland kennen we veel verschillende vormen van kinderopvang, ook voor baby’s. Dit maakt het mogelijk om ouderschap te combineren met werk. Het is wettelijk zo geregeld dat kinderopvang zowel de verantwoordelijkheid is van de ouders als van de overheid en de werkgever.

De Wet kinderopvang

In navolging van de Wet kinderopvang houdt de overheid toezicht op de kwaliteit en de financiering van kinderopvang. Elk kinderopvangcentrum moet daarom geregistreerd staan bij de gemeente en in het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen. Jaarlijks controleert de GGD of ze aan alle kwaliteitseisen voldoen.

De kosten van kinderopvang

Als je een erkend kinderopvangcentrum hebt gevonden voor je baby, sluit je met hen een contract voor het aantal uren dat je afneemt en de prijs die je daarvoor betaalt.

Kinderopvangtoeslag

Je kunt voor de kosten van kinderopvang kinderopvangtoeslag ontvangen als je werkt of studeert en het kinderopvangcentrum of gastouderbureau is geregistreerd in het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen (LRKP).

Ik denk dat mijn kind zichzelf betast, is dit normaal?

Het is inderdaad normaal dat kinderen ‘aan zichzelf zitten’. Ze verkennen hun eigen lichaam en betasten dan ook hun geslacht. Het geeft ze een prettig gevoel, maar ze hebben er geen seksuele gedachten bij. Je hoeft je kind niet te verbieden zichzelf te betasten.

Wat kun je doen als je peuter zichzelf betast?

  • Noem de dingen bij hun naam: plasser, piemel, pikkie, sneetje, spleetje, vagina.
  • Leg uit dat sommige mensen deftige woorden gebruiken zoals penis, en ook dat sommige woorden lelijk gevonden worden, zoals lul en kut.
  • Kies de woorden die jullie willen gebruiken en gebruik ze dan ook gewoon.
  • Je kunt wel duidelijk maken dat het privé is. Je kunt bijvoorbeeld vertellen dat het best mag in de douche, maar niet waar andere mensen bij zijn, of ergens anders, net als neuspeuteren.

De seksuele ontwikkeling van kinderen begint al bij de geboorte en gaat door totdat ze 18 jaar zijn. Ieder kind ontwikkelt zich in zijn of haar eigen tempo.

Bewustwording bij peuters

Peuters worden zich bewust van zichzelf en hun lichaam. Ze ontwikkelen hun identiteit en ze leren dat ze een jongetje of een meisje zijn.

Nieuwsgierig

Peuters willen weten wat het verschil is tussen een jongen en een meisje. Ze vinden hun eigen lichaam en dat van anderen enorm interessant. Ze kunnen zomaar hun onderbroek uittrekken als er visite is, of in het bijzijn van anderen aan hun geslachtsdelen zitten.

Eigen lichaam ontdekken

Peuters ontdekken geleidelijk aan hun eigen lichaam. Ze vinden het heerlijk om af en toe in hun blootje te lopen, of in een zwembroek of badpak in de zomer. Zo voelen ze ook de zon op hun huid, het zand op hun lichaam en grassprietjes onder hun blote voeten. Bovendien kun je je makkelijker bewegen zonder al die kleren aan. Het is belangrijk dat kinderen zich goed voelen in hun eigen lichaam.

Geslachtsdelen

Veel peuters zijn heel nieuwsgierig naar hun lijf, dus ook naar hun geslachtsdelen. Als ze zich veilig en vertrouwd voelen, vinden ze het soms ook lekker om eraan te zitten, meestal als ze bloot zijn. Jongetjes kunnen daarvan een stijve penis krijgen.

Veel ouders weten niet hoe ze moeten reageren als hun kind dit doet. Het beste is om kinderen gewoon hun gang te laten gaan. Dit gedrag is normaal en hoort bij de seksuele ontwikkeling van je peuter.

Gezonde seksuele ontwikkeling

De houding van ouders is heel belangrijk voor een gezonde seksuele ontwikkeling van kinderen. Als je moeite hebt met dit deel van de ontwikkeling van je kind, kijk dan eens op de website Kindenseksualiteit.nl.

Ik weet niet wat ik moet doen, mijn peuter is zó driftig

Driftbuien komen veel voor in de peuterleeftijd. Soms zijn ze te voorkomen, maar soms ook niet.

Wat kun je doen als je peuter driftig is?

  • Als een driftbui niet meer te vermijden valt, blijf dan zelf rustig.
  • Hoe meer je op je peuter inpraat, boos uitvalt of probeert te troosten, hoe langer de driftbui zal duren.
  • Laat de storm uitrazen, hoe lastig dat ook is!
  • Toegeven of afleiden met iets leuks werkt als een beloning en kan ertoe leiden dat driftbuien toenemen.
  • Je peuter moet juist leren dat je met een driftbui niets bereikt.

Niet reageren

Niet reageren of negeren kan een effectieve strategie zijn bij driftbuien, maar voor ouders is dat een hele opgave. Negeren werkt alleen als je het ook vol kunt houden.

  • Dat betekent concreet dat je geen aandacht geeft aan je peuter zolang de driftbui duurt. Praat dus niet tegen je kind en kijk het ook niet aan. Dat is lastig, want een peuter die gewend is dat je altijd reageert, gaat in het begin vaak nog harder schreeuwen.
  • Zelf even iets anders gaan doen kan helpen om het negeren vol te houden. Waarschijnlijk zul je tot je verrassing merken dat de driftbui dan vanzelf ophoudt.

Geef positieve aandacht als je peuter weer rustig is

Het is heel belangrijk om positieve aandacht te geven zodra je peuter weer rustig is. Kom niet meer terug op het voorval. Help je kind liever even op gang met een activiteit en geef het een lekkere knuffel.

Agressief gedrag bij peuters

Het meeste agressieve gedrag onder mensen komt voor op de peuterleeftijd! Jonge peuters kunnen hun frustratie of ergernis nog niet goed in woorden uitdrukken en gaan dan slaan, duwen of aan haren trekken. Bijten roept wel de heftigste reacties op van ouders en omstanders.

Peuters kunnen dat om verschillende redenen doen, bijvoorbeeld omdat ze hun zin niet krijgen of zich in het nauw gedreven voelen. Soms kan het een vorm van aandacht trekken zijn. Agressie geeft altijd veel commotie en jonge peuters hebben nog geen idee wat hun gedrag aanricht.

Meestal willen ze de ander niet opzettelijk pijn doen, maar is het hun manier om te laten merken wat ze ergens van vinden. Ook al komt dit gedrag veel voor, nu is wel het moment om te beginnen met dat af te leren.

Hoe leer ik mijn kind zelf te eten?

Zodra je kind geen baby meer is, dus ongeveer vanaf de eerste verjaardag, kun je beginnen het te leren om zelf te eten. Peuters willen ook niets liever dan dingen zelf doen. Zelf eten vraagt wel veel oefening. Daar moet je als ouder geduld voor opbrengen.

Samen eten aan tafel

Samen eten is gezellig en een kind leert er veel van, bijvoorbeeld hoe je een boontje aan je vork prikt. Peuters imiteren graag wat ze anderen zien doen. Dat is de beste manier om het te leren, vooral als je de sfeer gezellig houdt en je kind prijst voor alle inspanningen.

Soms kan het wel eens handig zijn om een kind vooruit te laten eten, maar dan mist het wel belangrijke leermomenten.

Kliederen aan tafel hoort erbij!

Ouders kunnen het soms moeilijk aanzien als hun peuter kliedert met het eten. Je kunt de neiging voelen om je kind dan maar even snel te voeren, maar dat kun je beter niet doen, ook al is de verleiding groot. Alleen door veel te oefenen kan een peuter leren om zelf te eten. Knoeien hoort daar gewoon bij. Te lang doorgaan met voeren houdt je peuter klein. Zorg dat alles klaar is als je kind aan tafel gaat. Peuters kunnen niet zo goed wachten. Gebruik een kinderstoel waar je kind niet uit kan vallen. Kies bestek en servies dat is afgestemd op peuterhandjes. Om kruimels en spetters op te vangen kun je een stuk doorzichtig plastic onder de kinderstoel leggen.

Met een lepel eten

Geef je kind een compliment als het lukt om eten op de lepel te krijgen. In het begin moet je misschien nog wel eens een handje helpen. Het is voor peuters nog heel moeilijk om eten op de lepel te scheppen en het naar de mond te brengen. Dat is echt een hele inspanning. Voer je kind als je merkt dat het moe wordt en de aandacht verliest. Verminder je hulp als je merkt dat je kind steeds handiger wordt met de lepel.

Smaak en proeven

Dat je peuter met de rest van het gezin mee gaat eten betekent niet dat hij of zij ook meteen alles lust. Kinderen moeten de kans krijgen om hun smaak te ontwikkelen. Bovendien moeten ze wennen aan voedsel waar je wat langer op moet kauwen.

  • Laat je kind regelmatig nieuwe dingen proeven. Geef nieuw eten in een kleine portie samen met dingen die het al lust. Vertel hoe dat nieuwe eten heet.
  • Geef je kind een complimentje als het dat nieuwe eten proeft.
  • Mocht je kind het niet lekker vinden, laat het dan zo. Dring niet verder aan. Probeer het na een paar weken opnieuw.
  • Bedenk dat de meeste mensen dingen hebben die ze niet lusten of hebben moeten leren eten. Het doel voor je kind is om de smaak te ontwikkelen en afwisselend te leren eten, net zoals de rest van het gezin.

Help, mijn peuter wil niet slapen

Huilen zodra vader of moeder de kamer verlaat, is een veelvoorkomend probleem bij peuters. Erbij blijven helpt om je kind te kalmeren, maar voor je het weet rekent je kind daar elke avond op en dan is het lastig om die gewoonte weer af te leren.

Bedritueel

Neem ’s avonds de tijd om je kind met een vast ritueel naar bed te brengen. Zorg dat het laatste stukje van het ritueel, bijvoorbeeld voorlezen of een liedje zingen, in bed gebeurt. Daarna geef je een nachtzoen en zeg je heel beslist: ‘Nu ga je lekker slapen.’ Dat werkt beter dan vragen of je kind lief gaat slapen.

Als je kind vervolgens gaat protesteren, kun je kiezen voor de directe of de geleidelijke aanpak.

Directe aanpak

Ga resoluut de kamer uit. Negeer alle gehuil en protest. Ga niet meer bij je kind kijken totdat je zeker weet dat het in slaap is gevallen. Dat moment komt zeker, maar kan de eerste avonden lang duren. Dat vraagt veel zelfbeheersing van jou als ouder. De directe aanpak werkt alleen als je gemotiveerd bent om het echt vol te houden. Bij deze methode heb je meestal binnen een week succes.

Geleidelijke aanpak

De geleidelijke aanpak kost meer tijd. Als je kind het op een krijsen zet, ga je wel de kamer uit. Je wacht vijf minuten voordat je weer teruggaat. Doe geen licht aan en haal je kind niet uit bed. Praat geruststellend of aai wat over het bolletje, maar ga niet uitgebreid troosten. Het doel is om je kind en jezelf gerust te stellen. Na ongeveer één minuut neem je opnieuw afscheid. Je zegt dat het tijd is om te slapen en dat je zo weer komt kijken. Je blijft nu zeven minuten weg. Dan ga je opnieuw één minuut naar binnen om je kind gerust te stellen en te laten merken dat je er nog bent. Voer de tussenpozen steeds op met twee extra minuten, dus 5 - 7 - 9 - 11 minuten. Je blijft terugkomen om je kind even gerust te stellen, maar tegelijkertijd maak je duidelijk dat je peuter echt moet slapen en er niet meer uit mag. Je herhaalt dit net zo lang totdat je peuter slaapt. De eerste avonden kan dat lang duren, maar uiteindelijk zal je kind zich erbij neerleggen.

Wachten terwijl je kind huilt, duurt lang. Een minuut lijkt dan al gauw een eeuwigheid. Een klok of kookwekker kan helpen om je aan het schema te houden. Blijf niet langer dan een minuut om je kind gerust te stellen. Ga dan weer de kamer uit, ook als je kind nog niet gestopt is met huilen.

Bedritueel - een aanpak

Het komt veel voor dat peuters en kleuters moeilijk inslapen en weer uit bed komen. Vaak kost het veel doorzettingsvermogen om je kind in bed te laten blijven. Doe geen licht aan en haal je kind niet uit bed. Praat geruststellend of aai wat over het bolletje, maar ga niet uitgebreid troosten. Het doel is om je kind en jezelf gerust te stellen.

Je kunt kiezen voor een van de methoden hieronder. Daarbij is het van belang dat je de methode die je kiest ook echt enkele weken consequent volhoudt.

De zachte methode voor jonge kinderen

Bij jonge kinderen die nog in een ledikantje slapen, kun je de zachte aanpak gebruiken. Je legt je kind in het ledikantje, zegt welterusten, gaat zelf op een bed of matras in de kamer liggen en doet alsof je slaapt. Als je kind in slaap is gevallen, verlaat je de kamer. Het kan nodig zijn om dit een paar nachten te doen. Gaat je kind huilen of schreeuwen, dan kun je het beter geen aandacht geven. Deze methode is handig als je kind eerst een tijd in jouw eigen slaapkamer heeft geslapen en nog moet wennen aan het alleen slapen.

Geleidelijke aanpak

Bij de geleidelijke aanpak handel je het gewone slaapritueel af, maar vertel je dat je na 5 minuten even komt kijken als je kind rustig in bed blijft. Dit doe je dus ook na 5 minuten. Vervolgens vertel je weer rustig dat het tijd is om te gaan slapen en dat je over 8 minuten weer komt kijken. Na ongeveer 1 minuut neem je opnieuw afscheid. Je blijft dus niet op de kinderkamer, ook niet als je kind nog huilt. Het kan nodig zijn dat je een aantal keren teruggaat voordat je kind in slaap is gevallen. Maak daarom de tijd tussen de bezoekjes aan de slaapkamer steeds een paar minuten langer. De eerste avonden kan dat lang duren, maar uiteindelijk zal je kind zich erbij neerleggen.

Directe aanpak

Bij de directe aanpak werk je een vast slaapritueel af. Dat begint bijvoorbeeld met naar het toilet gaan, gevolgd door tandenpoetsen, welterusten zeggen en naar bed gaan. Maak bij het instoppen duidelijk dat het de bedoeling is dat je kind de hele nacht in bed blijft en dat je niet komt als het roept of huilt. Stel een beloning in het vooruitzicht, bijvoorbeeld een stickertje, als je kind netjes in de eigen kamer blijft. Dan verlaat je de slaapkamer en negeer je vragen, roepen of huilen, hoe moeilijk je dat ook vindt.

Ga niet meer bij je kind kijken totdat je zeker weet dat het in slaap is gevallen. Dat moment komt zeker, maar kan de eerste avonden lang duren. Van jou als ouder vraagt dat veel zelfbeheersing. De directe aanpak werkt alleen als je gemotiveerd bent om het echt vol te houden. Bij deze methode heb je meestal binnen een week succes.

Consequent zijn

Bedenk van tevoren welke aanpak je aanspreekt en wat je aankunt. Bij alle drie de methoden is het belangrijkste dat je consequent bent en het elke avond op dezelfde manier doet. Bovendien is het belangrijk dat je partner dezelfde aanpak volgt.

Tanden poetsen& haren wassen, waarom lukt het maar niet?

Maak er geen drama van, want dat is het niet. Blijf kordaat en vooral positief, en geef je peuter de kans om het zelf te doen. Zelf doen is wat peuters het liefst willen! Het kan helpen om er een spelletje van te maken.

Tandenpoetsen

Tandenpoetsen is heel belangrijk om gaatjes te voorkomen. Hier volgen wat tips om het gemakkelijker te laten verlopen.

  • Koop samen een leuke tandenborstel.
  • Laat je kind eerst zelf poetsen. Laat hem eventueel ook jouw tanden poetsen of die van een knuffel. De kans is groot dat jij daarna ook zijn tandjes mag doen.
  • Napoetsen is belangrijk! De tandjes moeten tenslotte wel echt schoon worden.
  • Zing er een liedje bij, of vertel een verhaaltje.
  • Prijs je peuter als het goed gaat. Houd in elk geval het poetsen op het dagelijks programma.

Een goede verzorging van het gebit van je kind is heel belangrijk. Je kunt niet vroeg genoeg beginnen je kind te leren dat veel zoetigheid slecht is voor het gebit en dat goed poetsen het risico op gaatjes verkleint.

Gaatjes bij peuters: zuigflescariës

Zuigflescariës komt voor bij jonge kinderen. Dat betekent dat ze gaatjes in hun tanden krijgen doordat ze bijvoorbeeld regelmatig een zuigflesje met een zoete drank krijgen.

Vanaf een maand of 9 kun je stoppen met zuigflessen gebruiken en je kind leren drinken uit een beker. Geef nooit een flesje met melk of sap mee naar bed.

Zoet en zuur

Het glazuur vormt de beschermende laag op je tanden. Veel voeding bevat zoetigheid dat in zuur wordt omgezet onder invloed van bacteriën. Zuur is schadelijk voor het glazuur van de tanden en kiezen.

Belangrijk voor een gezond gebit:

  • Geef je kind niet vaker dan zeven keer per dag iets te eten of te drinken.
  • Hoe vaker per dag je kind iets eet, hoe minder het speeksel de kans krijgt het gebit te beschermen.
  • Laat je kind niet op jonge leeftijd al wennen aan zoete drankjes en vruchtensappen.
  • Vruchtensappen en zoete dranken kunnen het best tijdens de maaltijden worden gegeven. Hierdoor voorkom je een extra zuuraanval op het gebit.
  • Water is onschadelijk voor het gebit en zorgt voor bescherming van het glazuur.

Naar de tandarts

Is je kind 2 jaar oud? Ga dan regelmatig (minstens 2 keer per jaar) naar de tandarts. Daarbij is het belangrijk dat kinderen zich op hun gemak voelen. Ben je zelf bang voor de controle van de tandarts? Dan is het beter om dat niet te laten merken aan je kinderen. Je wilt die angst immers niet op hen overbrengen.

Als je kind pijn heeft, bijvoorbeeld kiespijn, dan hoef je niet te wachten tot het controlemoment, maar kun je meteen een afspraak maken.

Meer informatie over een gezond gebit

Haren wassen

Haren wassen is niet iedere dag nodig. Het handigst is om het niet apart te doen, maar onder de douche of in bad.

  • Je kind mag zich helemaal insmeren, dus ook zijn hoofd.
  • Gebruik een gel of schuim voor baby’s, die niet prikt in de oogjes. Aparte shampoo is niet nodig.
  • Met uitspoelen moet je helpen.
  • Zeg wat je gaat doen. Toon begrip en wees geduldig. Haast en irritatie werken precies verkeerd.
  • Probeer uit te vinden wat je kind precies vervelend vindt en houd hier rekening mee.
  • Maak haren wassen leuk! Laat je kind bijvoorbeeld in de spiegel kijken met ‘sop op je kop’.

 

Hoe leer ik mijn kind met geld om te gaan?

Om je kind te leren omgaan met geld kun je zakgeld geven. Dat kun je doen als je kind de verschillende munten kan herkennen. Meestal is dat rond de 6 of 7 jaar.

Hoeveel zakgeld je geeft, hangt af van hoeveel je zelf te besteden hebt en wat je kind ervan moet kopen. Kinderen zeggen altijd dat anderen meer krijgen!

Maak afspraken

Het belangrijkste is dat jullie samen duidelijke afspraken maken, en dat je je daar als ouder ook aan houdt. Geef bijvoorbeeld steeds een vast bedrag op een vast tijdstip. Geef geen extra geld als je kind iets wil kopen maar het zakgeld al helemaal opgemaakt heeft aan iets anders. Fouten maken mag. Daar leren kinderen van. Door kinderen goed te leren omgaan met geld, kun je voorkomen dat ze later geldproblemen krijgen. Bespreek ook af en toe samen hoe het gaat. Heeft je kind genoeg geld? Lukt het om te sparen? Praat ook over reclame. Zo kan je kind leren om de trucjes van reclame te snappen.

Sparen

Leer je kind om te sparen voor iets dat het graag wil hebben. Leer je kind ook dat het nuttig en leuk kan zijn om iets te kopen. Er zijn namelijk kinderen die liever niets uitgeven! Als je kind ouder wordt, kun je het meer verantwoordelijkheid geven. Je kunt dan bijvoorbeeld ook kleedgeld geven.

Problemen op school

Het is goed om te bedenken wat je zelf vindt van zijn gedrag. Is hij anders dan andere kinderen die je kent? Is zijn gedrag anders dan vroeger? Zijn er thuis dingen veranderd? Luistert hij thuis ook niet, of hoort hij niet goed?

Maak een afspraak met het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) om je zorgen te bespreken. De jeugdgezondheidszorg heeft een gezondheidsdossier van hem. Daarin is bijgehouden hoe hij zich ontwikkeld heeft tot nu toe. Er kan ook een gehoortest gedaan worden. In een gesprek zoeken jullie uit wat er aan de hand kan zijn. Samen overleggen jullie over het vervolg.

Het is mogelijk dat er verder onderzoek en behandeling nodig is. Daarnaast kun je bespreken welke aanpak en begeleiding op school het meest geschikt is en wat je zelf thuis kunt doen. Het is belangrijk dat je zoon met plezier naar school gaat en dat hij bij de les blijft, ook als er een ontwikkelingsprobleem of -stoornis is. Daarom is het goed om niet te lang te wachten en uit te zoeken hoe je als school en ouders samen kunt werken om te zorgen dat hij kan blijven meedoen op school.

Mijn kind ineens een puber!

1. Luister

Pubers willen graag praten als ze zich veilig en gewaardeerd voelen. Neem de tijd als ze iets willen zeggen. Laat zien dat je hun verhaal graag wilt horen. Ze leren over zichzelf door met jou te praten en jij weet daardoor beter waar ze mee bezig zijn.

Als ouder heb je misschien de neiging om veel te praten of om meteen te zeggen wat je ergens van vindt, maar luisteren is net zo belangrijk als praten. Als kinderen het gevoel hebben dat je niet naar hen luistert en dat ze moeten doen wat jij zegt, werkt dat juist averechts. Je kunt daarom beter proberen je te verplaatsen in je kind en begrip te tonen voor zijn of haar mening of situatie. Breng wat humor in het gesprek, dan wordt het niet zo gewichtig. Lach samen, maar lach je kind niet uit. Zo houd je een goed contact.

2. Maak regels

Pubers hebben regels nodig, bijvoorbeeld over hoe laat ze moeten gaan slapen, wanneer ze thuis moeten komen en waar ze naartoe kunnen gaan. Door deze regels weten kinderen wat ze wel en niet mogen. Blijf praten over de regels en hoe die voor je kind in de praktijk werken. Steun je zoon of dochter als het lastig is om de regels te respecteren. De afgesproken regels kunnen je kind motiveren om ‘nee’ te zeggen tegen vrienden. Dankzij regels van thuis kunnen pubers bijvoorbeeld alcohol afslaan als ze het aangeboden krijgen. Ze kunnen dan zeggen: ‘Nee bedankt, ik mag van ouders een week niet mijn telefoon gebruiken als ik drink.’

3. Leer je kind omgaan met verantwoordelijkheid

Je kind moet leren omgaan met verantwoordelijkheid. Dit betekent zelf beslissingen nemen, situaties inschatten en situaties van verschillende kanten kunnen bekijken. Je kunt al vroeg beginnen je kind daarop voor te bereiden. Op de basisschool kun je je kind al meer zelf laten beslissen; eerst over simpele dingen zoals het uitgeven van zakgeld en later over moeilijker dingen.

4. Laat kinderen hun eigen mening ontwikkelen

Het is belangrijk dat je puber een eigen mening ontwikkelt. Jongeren moeten ook leren om hun mening te kunnen geven in gesprekken met anderen. Luister goed en stimuleer je puber zijn of haar eigen mening te geven, bijvoorbeeld over gebeurtenissen op school of thuis.

Ik denk dat mijn kind drugs gebruikt

Je kunt niet altijd aan jongeren merken dat ze drugs gebruiken, zeker niet als ze maar één keer hebben gebruikt.

Gedrag

Als jongeren vaker drugs gebruiken, kan dat hun gedrag veranderen. Hun schoolprestaties kunnen bijvoorbeeld achteruitgaan. Houd er wel rekening mee dat je kind zich ook anders kan gedragen doordat het in de puberteit zit of andere problemen heeft.

Praat erover

Heb je het idee dat je kind drugs gebruikt? Dan is het goed om daar samen een gesprek over te hebben. Bij zo’n gesprek kan het handig zijn als je zelf ook iets afweet van drugs.

  • Als je je kind wilt aanspreken op drugsgebruik, kies dan een goed moment. Ga het gesprek niet aan als je boos bent of als je kind net terugkomt van een feestje, en ook niet als er anderen bij zijn. Kies liever een rustig moment uit.
  • Confronteer je kind direct met wat je gezien hebt. Benoem wat je zag en geef aan dat je denkt dat hij of zij drugs gebruikt.
  • Vraag dan hoe lang je kind dat al doet, hoe vaak en met wie. Je mag bezorgd zijn, maar probeer wel open en belangstellend te zijn. Maak er geen kruisverhoor van, want dat werkt averechts.
  • Probeer goed te luisteren naar wat je kind te zeggen heeft. Houd het gesprek rustig en vraag niet te veel door. Het is waardevol om te kunnen blijven communiceren.

Zeker als het probleem ernstiger blijkt dan je denkt, is het belangrijk dat je in gesprek kunt blijven om samen hulp te kunnen zoeken.

Hoe maak ik regels duidelijk

Onderhandelen kunnen ouders en kinderen over bijna alles: zakgeld, hoe laat kinderen thuis moeten komen, roken, drinken, opruimen, noem maar op.

Het is verstandig om alleen regels te stellen die er echt toe doen. Dat scheelt een paar nutteloze discussies. Je laat pubers ook meer in hun waarde als je er geen punt van maakt als ze geen zoen willen geven, of oorbellen willen dragen, hun haar in een apart kapsel willen dragen of meer make-up willen dragen dan je als ouder zou willen. Accepteer ook dat je kind zo nu en dan experimenteert.

Tips

  • Onderhandelen is vaak een begin. Over belangrijke zaken beslissen de ouders dan nog steeds.
  • Als je kind verder opgroeit, moet je soms dingen verbieden.
  • Een wat oudere puber kan over steeds meer zaken zelf beslissen. Rond hun zestiende of zeventiende jaar kun je jongeren niet blijven verbieden. Afraden en uitleggen waarom kan nog altijd.
  • Een goede tactiek is om vooraf te bedenken hoe je dat gesprek gaat aanpakken en welk moment en welke plek geschikt zijn.

Veel CJG's organiseren bijeenkomsten over omgaan met pubers. Daar krijg je tips en wat meer inzicht in hoe een puber in elkaar zit. Ook is het mogelijk een individueel gesprek aan te vragen met een opvoedkundige.

Ik denk dat mijn dochter zwanger is

Of een meisje zwanger is, is makkelijk te onderzoeken met een zwangerschapstest. Ze kan ook gedwongen zijn tot seksuele gemeenschap.

Weegt ze te weinig?

Er kan ook iets anders aan de hand zijn. Bij een meisje dat niets van jongens moet hebben, haar vormen en lichaam verbergt onder wijde truien en veel sport, kun je ook denken aan anorexia. Als een meisje heel licht van gewicht is, stopt de menstruatie.

Praat erover

Probeer je dochter te laten praten over haar lichaam en over wat zij denkt dat er aan de hand is en wat zij daarvan vindt. Spreek af dat zij naar de huisarts of de jeugdarts gaat. Het liefst ga je natuurlijk mee, maar als zij dat niet wil, zeg dan dat je wel wilt horen wat de arts vindt. Afhankelijk van de uitkomst van het bezoek aan de arts kunnen er verdere stappen nodig zijn. Blijf in gesprek, maar houd het open, zet haar niet onder druk.

Zwangerschap

Mocht je dochter toch zwanger zijn, dan heeft ze je steun nodig, hoe moeilijk het ook is en wat er ook allemaal door je heen gaat. Ze weet misschien zelf nog niet goed wat haar mogelijkheden zijn. Daarom kun je haar het best zo goed mogelijk informeren. Probeer daarbij toch ‘neutraal’ te blijven en geen druk op haar te leggen. Ze zal uiteindelijk zelf een keuze moeten maken waar ze zich goed bij voelt.

Mijn kind gaat het huis uit

Je bent benieuwd hoe hij het maakt en maakt je zorgen omdat je niets hoort. Daar heeft hij waarschijnlijk helemaal niet aan gedacht! Hij heeft zich enthousiast op zijn nieuwe leven gestort en heeft het zo druk met alle nieuwe ervaringen dat hij zijn oude thuisfront vergeet. Dat hoort bij deze nieuwe fase. Je kunt informeren bij zijn oude vrienden of zij weten hoe het met hem gaat.

Toch is hij in deze overgangsfase ook kwetsbaar. Als het niet zo gaat zoals hij zich had voorgesteld of als er iets misgaat, kan die teleurstelling hem angstig maken voor de toekomst. Misschien maakt hij moeilijk nieuwe vrienden. Misschien valt de studie tegen. Misschien valt het nieuwe zelfstandige leven hem zwaar, maar wil hij jou daar niet mee lastigvallen. Het kan zelfs zijn dat hij door de veranderingen en alle nieuwe ervaringen in de war is geraakt.

Je kunt hem bijvoorbeeld een bericht sturen waarin je zegt dat je het leuk zou vinden om zijn nieuwe omgeving te leren kennen en dat je hem daarom komt opzoeken. Ga dan ook echt op de aangekondigde datum en tijd. Is er niets aan de hand, steun hem dan in zijn zelfstandigheid, maar spreek hem ook aan op zijn verantwoordelijkheid. Hij moet regelmatig iets van zich laten horen omdat jij ongerust wordt als bericht uitblijft.

Als hij niet happy is, of een eenzame, verwaarloosde of verwarde indruk maakt, moet je zorgen dat hij hulp krijgt, bijvoorbeeld in zijn nieuwe woonplaats via studentenzorg of de huisarts, of in de oude woonplaats via de huisarts.

Mijn kind wil stoppen met de studie, hoe gaat dit gesprek

Misschien komt je zoon er nu pas achter wat de studie inhoudt. Waarom heeft hij er toen voor gekozen? Heeft hij een idee wat voor baan hij later wel zou willen hebben? Een rechtenstudie is voor heel veel functies een goede basis; misschien is er best een leuke, afwisselende baan te vinden via interne opleidingen.

Is de studie niet wat je kind ervan had verwacht? Heeft je kind een opleiding gekozen, maar vindt het die toch niet leuk?

Wat doe je als je kind de verkeerde opleiding heeft gekozen?

  • Probeer te achterhalen waarom je kind de opleiding niet (meer) leuk vindt.
  • Misschien weet je kind een opleiding die wel bij hem of haar past.
  • Als je zeker weet dat deze opleiding niet de juiste is, kun je misschien nog overstappen.
  • Jongeren kunnen ook gaan werken totdat ze het wel weten. Dat is beter dan zomaar iets kiezen.
  • Blijft je kind twijfelen, dan kan hij of zij een beroepskeuzetest doen of eens praten met een studiekeuzeadviseur of studiebegeleider.

Stoppen met de studie

Vrijwel alle onderwijsinstellingen hebben studiebegeleiders in dienst die alles weten over de studie en hoe ze de studenten hierin kunnen begeleiden, ook wanneer het niet zo goed gaat.

  • Als je kind besluit om te stoppen met de studie, is het goed om zo snel mogelijk de studiebegeleider in te lichten.
  • De studiebegeleider kan vervolgens precies vertellen wat daarvoor de procedure is.
  • Wanneer je kind nog in het eerste halfjaar van de studie zit, is het mogelijk om het studiegeld terug te vragen en over te stappen naar een andere studie.

Overstappen naar een andere studie

Als je kind twijfelt aan de studie, is het verstandig om snel op zoek te gaan naar andere studies. Een overstap maken is natuurlijk mogelijk.

  • Bij de meeste studies kun je instromen in september of februari. Je verliest dus hooguit een halfjaar als je wilt overstappen.
  • Het is handig om van tevoren contact op te nemen met de studiebegeleider van de nieuwe studie. Deze contactgegevens vind je in informatiebrochures of op websites van onderwijsinstellingen. Studiebegeleiders weten veel van de regelingen op hun school en helpen je graag verder.

Studie- of beroepskeuze na het vmbo

Je kind moet minimaal een mbo-opleiding op niveau 2 halen. Dit noemen we de kwalificatieleerplicht. Daarna kan je zoon of dochter gaan werken of doorstuderen. Dit valt onder de werkleerplicht.

Studiekeuze na de havo of het vwo

Na de havo of het vwo kan je kind gaan werken of doorstuderen. Dit valt onder de werkleerplicht.

  • Met een havodiploma kun je naar het vwo gaan of naar een hbo-opleiding. Er zijn veel verschillende studies. Het profiel of vakkenpakket moet dan wel aansluiten bij de studie die je kind kiest.
  • Na het vwo kun je naar een hbo-opleiding of naar een universitaire opleiding. Ook hier geldt dat er veel opleidingen zijn die aansluiten bij de profielkeuze van je kind.

Een studie kiezen

Natuurlijk hangt de uiteindelijke studie- en beroepskeuze af van de interesses van je kind.

  • De middelbare school helpt bij dit keuzeproces. Leerlingen doen bijvoorbeeld een beroepentest.
  • De school organiseert informatiebijeenkomsten. Studenten van vervolgopleidingen komen informatie geven. Professionals komen vertellen wat hun beroep inhoudt.
  • Veel scholen bezoeken met de leerlingen een vervolgopleiding. Leerlingen van 5 vwo kunnen zich bijvoorbeeld opgeven om bij een universiteit te gaan kijken.

Steun van de ouders

Voor aankomende studenten is de steun van hun ouders heel belangrijk. Samen kun je informatie zoeken op internet en brochures aanvragen, en de meeste studenten vinden het prettig als hun ouders meegaan naar open dagen van hogescholen en universiteiten. Met behulp van jouw inzicht en advies kan je kind dan een goede keuze maken.

Na de aanmelding

Je kind moet zich op tijd inschrijven voor de vervolgopleiding. Wanneer er te veel aanmeldingen binnenkomen, zoals vaak gebeurt bij de studie geneeskunde, wordt er geloot. Bij een loting hebben leerlingen met hoge cijfers op hun eindlijst meer kans op plaatsing. Voor veel opleidingen worden de aankomende studenten eerst uitgenodigd voor een gesprek waarin wordt nagegaan of ze voldoende gemotiveerd zijn. Bij creatieve opleidingen, zoals de Kunstacademie, wordt gevraagd naar voorbeelden van eigen werk. Vervolgens krijgen de aanmelders thuis bericht of ze zijn geplaatst. Daarna kan je zoon of dochter een basisbeurs aanvragen bij Dienst Uitvoering Onderwijs(voorheen IB-Groep).

Een tussenjaar

Jongeren die nog niet weten wat ze willen studeren of welk vak ze willen leren, kunnen ervoor kiezen om die keuze een jaar uit te stellen en een zogenaamd tussenjaar te nemen.

Eerst wat bijverdienen?

Een tussenjaar biedt jongeren die nog niet kunnen of willen kiezen voor een specifieke vervolgopleiding de mogelijkheid om:

  • wat langer na te denken;
  • naar voorlichtingsdagen te gaan om een passende studie te zoeken;
  • in de tussentijd een baan te zoeken en even wat geld te verdienen.

Vooropleiding

Het is mogelijk dat je kind wel weet wat het wil studeren, maar daar niet de juiste vooropleiding voor heeft. In dat geval kan je kind in een tussenjaar nog een opleiding doen zodat deze studie wel bereikbaar wordt.

Tussenjaar in het buitenland

Sommige jongeren willen na de middelbare school een tijdje naar het buitenland om daar te werken of te studeren en een andere taal te leren. Dat kan goed zijn voor je kind. Een tijdje in een ander land maakt jongeren zelfstandiger. Daarbij is het soms handig om wat afstand te nemen zodat ze gemakkelijker een keuze kunnen maken.

Wat wil je kind?

Als ouder kun je je zorgen maken of je kind wel de goede baan of de juiste studie kiest. Bedenk dan dat je kind nu volwassen is en daar zelf over kan beslissen. Even twijfelen is niet erg. Gun je kind de tijd om na te denken en bied steun zonder je al te veel te bemoeien met die keuze.

Mijn kind wil nu al gaan samenwonen, dat vind ik lastig

Het is wel haar leven! Vraag eens waarom zij zo veel van hem houdt. Misschien vindt ze zijn rust en volwassenheid juist wel aantrekkelijk, en is het omgekeerd juist haar jeugdige spontaniteit die hem zo aantrekt. Samenwonen is best een goed idee om uit te proberen of ze een evenwichtig koppel vormen. Het kan juist ook een proefperiode zijn, voordat je je bindt voor de rest van je leven.

Zelf moet je als ouder ook wennen aan het idee dat iemand anders zo belangrijk wordt in het leven van je dochter. Toch moet je haar loslaten en de kans geven zelf te kiezen. Het beste is om samen met je dochter en haar vriend te praten over de toekomst. Voorlopig is het belangrijk om nog geen definitieve keuzes te maken en verplichtingen aan te gaan, dus bijvoorbeeld wel samen te gaan wonen, maar nog niet samen een huis te kopen. Laat weten dat je er altijd voor haar bent, ook al woont ze niet meer thuis, en wees blij met haar nieuwe vriend. Verheug je in hun geluk.

Samenwonen

Wanneer je zoon of dochter en zijn of haar partner echt voor elkaar kiezen, kunnen ze kiezen tussen verschillende samenlevingsvormen:

Rechten en plichten

Een samenlevingscontract kent minder rechten en plichten dan een huwelijk en een geregistreerd partnerschap. Daarom is het verstandig dat je kind goede afspraken maakt over het samenleven.

Een huwelijk kent natuurlijk de meeste rechten en plichten. Er is bijvoorbeeld een onderhoudsplicht en vaak ook gemeenschap van goederen.

Kinderen krijgen

Als je zoon of dochter kinderen krijgt, is het altijd van belang dat er ‘familierechtelijke betrekkingen’ bestaan. Dat heeft dat onder meer gevolgen voor:

  • de achternaam van het kind;
  • het gezag;
  • het omgangsrecht;
  • de nationaliteit;
  • het erfrecht.

Zijn een man en een vrouw gehuwd en wordt er binnen dit huwelijk een kind geboren, dan zijn zij voor de wet automatisch de ouders van dit kind. Dit is niet automatisch zo bij ouders die een geregistreerd partnerschap hebben of van gelijk geslacht zijn. Ook is dat niet automatisch het geval bij een samenlevingscontract.

Loslaten

Jongvolwassenen groeien toe naar zelfstandigheid. Ze zijn met zichzelf bezig en gaan door met ontdekken wie ze zijn; de ontwikkeling van hun eigen identiteit gaat nog door. Jongeren kijken soms nog kritisch naar zichzelf: wat kan ik, hoe zie ik eruit? Toch zijn ze nu minder onzeker en kwetsbaar dan in de puberteit.

Losmaken van de ouders

Jongvolwassenen gaan zich losmaken van hun ouders.

  • Ze willen zelf beslissingen nemen.
  • Ze willen experimenteren en hebben daarvoor meer vrijheid nodig.
  • Ze kunnen soms nog moeilijk begrijpen dat hun ouders wel eens ongerust zijn.
  • Soms kiezen ze een andere volwassene als ‘praatpaal’.

Ze krijgen hechtere vriendschappen en de invloed van hun vriendenkring wordt groter dan die van hun ouders. Ze worden zelfstandig, gaan misschien studeren en op kamers wonen of ze gaan werken.

Begeleiden naar volwassenheid

Het is belangrijk om je kind aan te moedigen om zich onafhankelijk te gedragen en zelf initiatieven te nemen. Moedig je kind bijvoorbeeld aan om op zichzelf te gaan wonen.

Hoe kan ik helpen als mijn kind schulden moet afbetalen?

Jongeren maken tegenwoordig makkelijk schulden. Allereerst vragen ze studiefinanciering aan en vervolgens gaan ze geld bijlenen. Veel jongeren vinden het geen enkel probleem om rood te staan aan het eind van de maand, of leningen af te sluiten voor een grote aanschaf of aankopen te doen op afbetaling. Zelf was je dat misschien anders gewend.

Afbetalen lukt alleen als er voldoende inkomsten tegenover staan. Bespreek met je zoon waarover je je zorgen maakt. Ben je bang dat zijn makkelijke leventje van nu hem later in moeilijkheden brengt? Misschien is daar geen reden toe en heeft hij gewoon geïnvesteerd in zijn toekomst. Als hij niet steeds meer nodig heeft en wel een inkomen krijgt, kan hij in de loop van de tijd rustig aflossen. Als hij met zijn schulden echt een te grote last op zich heeft genomen, probeer dan samen een plan te maken om ze zo snel mogelijk te verminderen. Kijk bijvoorbeeld ook op de website van het Nibud. Voor de studieschuld bestaat een aparte regeling. Meer informatie daarover vind je op de website van de DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs).

Help, ze zijn een lening aangegaan

Als jongeren iets leuks willen kopen waar ze het geld niet voor hebben, of een aanbieding zien die ze niet kunnen laten lopen, kunnen ze overwegen om een lening af te sluiten. Dat is een mogelijkheid, maar daarbij is het wel belangrijk dat ze zich de volgende dingen afvragen:

  • Heb ik het product echt nodig?
  • Kan ik ervoor gaan sparen?
  • Lukt het wel om de lening af te lossen?

Spelregels voor lenen

Heeft je kind eenmaal besloten om een lening af te sluiten, wijs er dan nadrukkelijk op dat het belangrijk is om je te houden aan de spelregels voor lenen.

  • Sluit een lening pas af als je vooraf weet dat je de aflossing kunt betalen.
  • Zorg ervoor dat je niet langer hoeft af te lossen dan de termijn dat je het artikel kunt gebruiken.
  • Betaal niet meer voor je lening dan nodig is.

Met de Risicometer Lenen van het Nibud kun je nagaan of lenen verantwoord is.

Lenen als student

Als de studiefinanciering, eventueel aangevuld met het geld dat je kind verdient met een bijbaantje, niet voldoende is om van rond te komen, kan je kind extra geld lenen bij de Dienst Uitvoering Onderwijs. Dit is een lening met een lage rente en een gunstige terugbetalingsregeling. Jongeren kunnen ook tijdelijk geld lenen, bijvoorbeeld voor een paar maanden. Dat is handig voor studenten die bijvoorbeeld een paar maanden in het buitenland gaan studeren en daardoor extra kosten maken.

Met de Studieleenwijzer van het Nibud kan je kind berekenen hoeveel hij of zij na de studie ongeveer per maand moet aflossen. Dit resultaat wordt gekoppeld aan een voorbeeldbegroting. Zo zie je niet alleen hoeveel je ongeveer moet aflossen, maar ook met welke vaste lasten je als starter te maken krijgt en hoeveel je van je startsalaris overhoudt.

Lenen bij een bank

De meeste banken willen best geld lenen aan studenten. Dat heet een studentenkrediet. Dat lijkt fijn, maar er zijn ook nadelen aan verbonden.

  • Als je geld leent, betaal je rente. Dat kan soms oplopen tot wel 10 procent. Als je kind € 100,00 leent, moet het dan later € 110,00 terugbetalen.
  • Zolang je kind studeert, hoeft het nog niets terug te betalen aan de bank. Dat hoeft pas na afloop van de studie. Jongeren die veel geld lenen, moeten dus ook veel terugbetalen. Als ze dan niet meteen een baan vinden, kan het lastig worden om de lening terug te betalen.

Schulden

Veel jongeren lenen bij vrienden of familie als ze zelf niet voldoende geld hebben. Voor één keer is dat niet zo erg, maar als het een gewoonte wordt, is je kind al snel constant aan het terugbetalen. Kopen op afbetaling, kredieten en telefoonrekeningen kunnen leiden tot hoge schulden die met rente moeten worden terugbetaald.

Schuld en aansprakelijkheid

Tot je achttiende jaar mag je alleen uitgaven doen die bij je leeftijd passen. Voor grotere uitgaven zijn de ouders verantwoordelijk. Ouders kunnen een aankoop of bestelling terugdraaien. Zodra kinderen 18 zijn, kunnen ze in principe alles zelf kopen, maar als je kind nog niet voldoende inkomen heeft, kan het geen dure spullen op afbetaling kopen of een grote lening afsluiten.

Boven de 18 jaar ben je zelf aansprakelijk voor de financiële gevolgen als je getekend hebt voor een aankoop of lening. Dat geldt ook voor aankopen via internet. Schulden komen dan altijd voor rekening van de jongere. Als ouder hoef je daar dus niet voor op te draaien.

Hoe help je schulden te voorkomen of op te lossen?

Het is lastig om prijsbewust te zijn en de verleidingen van reclame te weerstaan. Twintig procent van de jongeren geeft al het geld direct uit als het binnenkomt! Het is goed om jongeren te leren geen schulden te maken. Geef zelf het goede voorbeeld door alleen te kopen wat je kunt betalen. Praat samen over geld en over hoe je kunt zorgen dat je geen schulden krijgt.

  • Houd bij wat je inkomsten en uitgaven zijn.
  • Koop niet op afbetaling.
  • Los meteen je schuld af zodra er extra geld binnenkomt.
  • Koop alleen dingen die je echt nodig hebt en kunt betalen.
  • Schakel hulp in als dat nodig is.
  • Op de site van het Nibud lees je wat je kunt doen om (kleine) schulden aan te pakken.

Gokken

Gokken is een verslaving waardoor je geldproblemen kunt krijgen, zeker als je niet veel te besteden hebt. Als je kind een gokverslaving heeft, is het belangrijk om daar op tijd iets aan te doen.

Waarom richt Jongeren Op Gezond Gewicht zich op het thema water?

Jongeren Op Gezond Gewicht wil met het thema drinkwater aan jongeren en ouders laten zien dat water de meest gezonde keuze is wanneer je wat wil drinken. Water lest de dorst het beste en is vrij van calorieën.

Wat heeft water drinken met gezondheid te maken?

Je lichaam heeft water nodig omdat het allerlei processen voor je regelt: je lichaamswarmte, het vervoer van voedingsstoffen naar de cellen en de afvoer van afvalstoffen. Niet voor niets bestaat je lichaam voor 65% uit water. Omdat je elke dag ook water verliezt, bijvoorbeeld doordat je zweet, is het belangrijk dit water in je lichaam aan te vullen. En dat kun je het beste doen door genoeg water te drinken!

Hoe komt het dat zoete dranken bijdragen aan overgewicht?

In zoete dranken, zoals frisdrank en vruchtensap, zit suiker. Dat geeft je energie, maar een teveel ervan zorgt voor het ontstaan van overwicht. Nederlandse kinderen tussen de 7 en 18 jaar krijgen per dag gemiddeld 130 kilocalorieën binnen uit zoete dranken. Dat kun je vergelijken met 6,5 suikerklontjes. Bij jongeren tussen de 10 en 12 ligt het aantal kilocalorieën dat zij binnen krijgen uit zoete dranken zelfs op 400, wat overeen komt met 25 suikerklontjes. Je kunt je voorstellen dat het vervangen van zoete dranken door drinkwater bijdraagt aan een gezonder gewicht. 

Hoeveel water moeten kinderen per dag drinken?

Kinderen tussen 1 en 10 jaar hebben elke dag 1,2 liter vocht nodig. Dat komt neer op 6 volle glazen. Tussen de 10 en 17 jaar hebben kinderen 1,7 liter per dag nodig. Dit staat gelijk aan 9 glazen. Het is belangrijk naast de gebruikelijke zuivel zoveel mogelijk vocht aan te bieden dat geen suiker bevat, zoals drinkwater en thee zonder suiker. 

Wat is de rol van jou als ouder als het gaat om water drinken door je kinderen?

Als ouder ben je een belangrijke schakel, omdat jij vooral bepaald wat je kind eet en drinkt. Je geeft drinken mee naar school voor in de pauze of als je kind als ouder is ben jij degene die de (meeste) boodschappen haalt. JOGG richt zich daarom niet alleen op de kinderen, maar ook op hun ouders en andere mensen en organisaties die invloed hebben op wat kinderen eten en drinken.

Welke rol hebben scholen en sportverenigingen als het gaat om het drinken van water?

De kraanwaterpunten op scholen en bij sportverenigingen zijn vaak niet opvallend of aantrekkelijk genoeg. Sommige kinderen vinden het bijvoorbeeld vies om water te tappen uit de toiletkraantjes. En als ze het wel willen doen, past het flesje er niet onder. Scholen en clubs kunnen deze waterpunten aantrekkelijker maken en water drinken tijdens lessen of trainingen aanmoedigen. Geef de kinderen tijdens de rust bijvoorbeeld ook geen limonade maar water. Laat kinderen hun bidon aan de bar vullen met water. En het goede voorbeeld geven, helpt natuurlijk ook! 

Wat heeft bewegen met gezondheid en overgewicht te maken?

Je eet en drinkt om energie binnen te krijgen. Energie die je nodig hebt als je dingen doet én beweegt. Met bewegen raak je die energie dus weer kwijt. Beweeg je te weinig, dan raak je die energie niet allemaal kwijt. Dat zorgt voor overgewicht, momenteel één van de ernstigste bedreigingen van onze (volks)gezondheid. Dat overgewicht kunnen we te lijf gaan door, naast gezond te eten en drinken, ook voldoende te bewegen.

Wanneer heeft mijn kind voldoende beweging?

Je kind beweegt voldoend als hij/zij elke dag minimaal 60 minuten matig intensief beweegt. Dat doen zij bijvoorbeeld wanneer ze stevig wandelen, fietsen of buitenspelen. Om te kijken of iemand voldoende beweegt gebruiken wij de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB). 

Waarom is bewegen makkelijk en leuk?

Bewegen is makkelijk en leuk. Buitenspelen, wandelen of fietsen naar school of andere activiteiten kun je bijvoorbeeld altijd doen en is ook nog eens gratis. Op

 

Welke rol heb ik als ouder als het gaat om de beweging van mijn kind?

Als ouder ben je een heel belangrijke schakel. Jij kan je kinderen stimuleren op de fiets te gaan, buiten te spelen of een potje te gaan voetballen. Door je kinderen aan te moedigen of te vergezellen maak je bewegen en sporten voor kinderen aantrekkelijk. Daarnaast kun je je kinderen stimuleren te bewegen door ze mee te laten helpen in het huishouden, bijvoorbeeld bij het wegbrengen van glas of het uitlaten van de hond. Makkelijk, én gezond!

Welke rol hebben scholen als het gaat om de beweging van kinderen?

Kinderen die te weinig bewegen spelen vooral minder buiten. Dat blijkt uit het TNO rapport “Kinderen en jongeren in beweging!” (2012). Om het buitenspelen te stimuleren kunnen scholen bijvoorbeeld hun speelpleinen aantrekkelijker, groener en uitdagender maken. 

Welke rol hebben sportverenigingen als het gaat om de beweging van kinderen?

Sportverenigingen kunnen kinderen stimuleren op de fiets of lopend naar de club te komen, een sportmaatje voorstellen en gratis kennismakingslessen aanbieden. Zo helpen zij kinderen te ervaren hoe leuk sporten eigenlijk is.

Mijn baby huilt zoveel

De meeste baby's huilen het meest rond de 2 maanden, omdat ze dan het meest last van de beruchte darmkrampjes hebben. Alle baby's huilen, maar sommige meer dan andere. Er werd voorheen gesproken over een huilbaby als het kind meer dan drie uur per dag, meer dan drie dagen per week huilt, en dat al minstens drie weken achter elkaar. Tegenwoordig is die maatstaf losgelaten. Heb je een baby die extreem veel huilt of niet stil te krijgen is, kun je er zelf niet meer tegen of heb je het vermoeden dat er iets meer aan de hand is met (de gezondheid van) je kind, ga dan naar de huisarts of het consultatiebureau. Bij (slechts!) 5 tot 10 procent van de huilbaby's is er een duidelijke oorzaak te vinden, zoals een niet goed functionerend maagklepje of een teveel aan stresshormonen door een moeizame zwangerschap of bevalling. Veel baby's lijden volgens Carole Lasham, kinderarts, echter niet aan een mankement aan hun gezondheid maar meer aan de gestrestheid van de mensen om hem heen. Ouders denken bijvoorbeeld vaak dat het probleem aan de voeding ligt en gaan vanalles uitproberen om het kind maar stil te krijgen.

Medische oorzaak of niet, er wordt geadviseerd de huilbaby rust en regelmaat te geven. Van al dat huilen wordt de baby zelf ook erg moe, waardoor het weer sneller zal gaan huilen. Om de vicieuze cirkel te doorbreken wordt bijvoorbeeld geprobeerd met inbakeren de baby tot rust te krijgen.

Natuurlijk is een huilende baby erg stressvol, zeker als het dag in dag uit doorgaat. En je moet er niet aan denken, maar uit onderzoek is gebleken dat toch 1 op de 20 ouders in zo'n situatie wel eens iets doet wat schadelijk voor het kind is. Door elkaar rammelen, een kussen op het hoofdje, slaan of erger. Kortom kindermishandeling. Laat het alsjeblieft niet zover komen! Zoek hulp bij huisarts of consultatiebureau als je vermoedt dat jij of je partner wel eens de controle over zichzelf zouden kunnen verliezen. Wellicht weten zij een oplossing om je baby te helpen zodat het huilen vermindert of hebben ze tips die jou en je partner zelf even wat rust kunnen geven.

Bedenk in ieder geval dat je baby niet voor niets huilt. Het is niet om jou te pesten. Zoek uit wat er aan de hand is en wees je ervan bewust dat er een tijd komt dat het over zal zijn met het huilen.

Ik denk dat mijn kind te dik is

Steeds meer kinderen zijn te dik, en te dikke kinderen zijn ook steeds dikker. Dikke kinderen hebben een grotere kans op het ontwikkelen van ziektes op latere leeftijd. Maar ook in de jonge jaren hebben ze vaak veel last van hun gewicht. Denk hierbij ook aan pesten of gebrek aan zelfvertrouwen. Lees hier wat je kan doen om je kind te helpen als het last heeft van overgewicht!

Hoe weet ik of mijn kind te dik is?

Om te bepalen of iemand te dik is wordt vaak de Body Mass Index (BMI) gebruikt. Voor een volwassenen geldt dat een BMI tussen de 18,5 en 25 gezond is. Deze waardes zijn niet zomaar te gebruiken voor kinderen. Het lichaam van kinderen is nog volop in ontwikkeling. Daarom zijn er speciale BMI-waarden voor kinderen ontwikkeld. Deze houden rekening met de leeftijd en het geslacht van het kind. Vanaf 18 jaar kun je de waardes voor volwassenen gebruiken.

Met de BMI-test kun je eenvoudig de BMI van je kind berekenen. Je kan de BMI ook zelf uitrekenen door het gewicht te delen door de lengte (in meters). De uitkomst deel je nog een keer door de lengte. Dus BMI = gewicht/lengte/lengte. Check vervolgens de uitkomst met de waarden in de tabel. Let op: er zijn verschillende tabellen voor jongens en meisjes.

Jongens:

 Leeftijd  Ondergewicht  Gezond gewicht   Overgewicht  Obesitas
 4  < 13,52  13,52 - 17,55  17,55 - 19,92  > 19,92
 5  < 13,31  13,31 - 17,42  17,42 - 19,30  > 19,30
 6  < 13,15  13,15 - 17,55  17,55 - 19,78  > 19,78
 7  < 13,08  13,08 - 17,92  17,92 - 20,63  > 20,63
 8  < 13,11  13,11 - 18,44  18,44 - 21,60  > 21,60
 9  < 13,24  13,24 - 19,10  19,10 - 22,77  > 22,77
 10  < 13,45  13,45 - 19,84  19,84 - 24,00  > 24,00
 11  < 13,72  13,72 - 20,55  20,55 - 25,10  > 25,10
 12  < 14,05  14,05 - 21,22  21,22 - 26,02  > 26,02
 13  < 14,48  14,48 - 21,91  21,91 - 26,84  > 26,84
 14  < 15,01  15,01 - 22,62  22,62 - 27,63  > 27,63
 15  < 15,55  15,55 - 23,29  23,29 - 28,30  > 28,30
 16  < 16,08  16,08 - 23,90  23,90 - 28,88  > 28,88
 17  < 16,58  16,58 - 24,46  24,46 - 29,41  > 29,41
 18  < 17,00  17,00 - 25,00  25,00 - 30,00  > 30,00

Meisjes:

 Leeftijd  Ondergewicht  Gezond gewicht   Overgewicht  Obesitas
 4  < 13,34  13,34 - 17,28  17,28 - 19,15  > 19,15
 5  < 13,09  13,09 - 17,15  17,15 - 19,17  > 19,17
 6  < 12,93  12,93 - 17,34  17,34 - 19,65  > 19,65
 7  < 12,91  12,91 - 17,75  17,75 - 20,51  > 20,51
 8  < 13,00  13,00 - 18,35  18,35 - 21,57  > 21,57
 9  < 13,18  13,18 - 19,07  19,07 - 22,81  > 22,81
 10  < 13,43  13,43 - 19,86  19,86 - 24,11  > 24,11
 11  < 13,79  13,79 - 20,74  20,74 - 25,42  > 25,42
 12  < 14,28  14,28 - 21,68  21,68 - 26,67  > 26,67
 13  < 14,85  14,85 - 22,58  22,58 - 27,76  > 27,76
 14  < 15,43  15,43 - 23,34  23,34 - 28,57  > 28,57
 15  < 15,98  15,98 - 23,94  23,94 - 29,11  > 29,11
 16  < 16,44  16,44 - 24,37  24,37 - 29,43  > 29,43
 17  < 16,77  16,77 - 24,70  24,70 - 29,69  > 29,69
 18  < 17,00  17,00 - 25,00  25,00 - 30,00  > 30,00

Bron: alles over gezond eten en bewegen met kinderen van 7-18 jaar van het Voedingscentrum.

Hoe kom ik aan kraamzorg?

Hier komt de content.

Mijn kind plast in bed

Sommige kinderen van 5 jaar en ouder worden ’s nachts niet wakker van een volle blaas. Ongeveer 15 procent van de kinderen tussen de 5 en 6 jaar plast een of meerdere keren per week in bed. Als ze ouder worden, verdwijnt het bedplassen meestal vanzelf.

Gevolgen

Kinderen die ’s nachts in bed plassen schamen zich daar meestal voor. Ze durven niet bij een vriendje of vriendinnetje te logeren of op vakantie te gaan. Hoe ouder kinderen worden, hoe vervelender ze het bedplassen gaan vinden. Ook voor de ouders is het lastig. Je moet regelmatig ’s nachts je kind en het beddengoed verschonen en extra wassen.

Wat kun je doen om bedplassen te verhelpen?

  • Het is verstandig om je kind positief te blijven benaderen en uit te leggen dat het de bedoeling is dat het bed droog blijft. Een luier is geen goed idee, en straf geven heeft geen zin. Kinderen die oud genoeg zijn, kunnen meehelpen het bed te verschonen. En vergeet niet je kind te complimenteren als het een nacht droog is gebleven.
  • Wees geduldig en zet je kind niet onder druk. Het is niet binnen een paar dagen over.
  • Geef je kind ook ’s avonds wel gewoon genoeg te drinken. Als hun blaas te leeg is, voelen kinderen ’s nachts niet dat ze moeten plassen. Zo leren ze het gevoel niet goed kennen.
  • Je kunt je kind wakker maken voordat je zelf naar bed gaat en het laten plassen. Het is dan wel belangrijk dat het kind goed wakker is en beseft dat het plast.
  • Stickermethode: je kind mag elke keer als het droog is gebleven een sticker op de kalender plakken. Spreek af dat je kind bijvoorbeeld na 10 droge nachten een klein cadeautje krijgt.

Naar de huisarts?

Helpen deze tips niet, dan kun je het best met je huisarts overleggen.

  • Meestal adviseert een huisarts of jeugdarts een plaswekker. Die gaat ’s nachts af zodra je kind gaat plassen zodat het alsnog naar de wc kan gaan.
  • Soms kunnen tabletten helpen die zorgen voor minder urineproductie.
  • Voor kinderen die overdag vaker dan 8 keer plassen, is een blaastraining aan te raden. Deze kinderen leren hoe ze hun plas wat langer kunnen ophouden.

Meer informatie over bedplassen vind je op de website van het Kenniscentrum Bedplassen.

Mijn kind wordt gepest

Veel kinderen vertellen thuis niet dat ze gepest worden. Ze willen hun ouders niet teleurstellen of ze zijn bang dat het pesten erger wordt als ze het aan hun ouders vertellen. Wat ze juist niet willen is dat hun vader of moeder zich met de pestkop gaat bemoeien.

Als je kind wordt gepest, is dat een serieus probleem.

Pesten komt vooral voor bij kinderen tussen de 10 en 14 jaar, met een piek bij 12 jaar, maar ook daarna komt het nog voor. Als kinderen herhaaldelijk en op verschillende manieren worden gepest, kunnen ze sociale en emotionele problemen krijgen. De gevolgen van pesten zijn ernstig, en het is dan ook belangrijk om het probleem op tijd en goed aan te pakken.

Wie wordt gepest?

Er is veel kennis over welke kinderen meer risico lopen om gepest te worden. Misschien herken je je kind erin, of juist niet. Ieder kind en iedere situatie is weer anders.

  • De meeste kinderen die gepest worden hebben een negatief zelfbeeld. Ze zijn vaak angstiger, onzekerder, gevoeliger en stiller. Ook hebben ze gebrekkige sociale vaardigheden en zijn ze minder assertief (weerbaar). Men spreekt ook wel over passief-onderdanige kinderen.
  • Bij een kleiner aantal kinderen is er sprake van zowel agressief gedrag als passief-onderdanig gedrag. Deze kinderen zijn dus onzeker en angstig, maar hebben daarnaast ook een opvliegend karakter. Dit maakt dat ze ook dader kunnen zijn. Ze kunnen zelf kinderen pesten die zwakker zijn dan zijzelf.

Hoe merk je dat je kind gepest wordt?

Kinderen schamen zich vaak voor het pesten. Daarom vinden ze het moeilijk om er thuis en op school over te praten. Je kind zal het jou dus meestal niet zelf vertellen. Toch zijn er signalen waaraan je kunt merken dat er iets mis is.

Je kind:

  • wil opeens niet meer naar school;
  • wil je vragen over school niet beantwoorden;
  • heeft minder zelfvertrouwen dan eerst;
  • lijkt afwezig, teruggetrokken of tobberig en gedraagt zich anders;
  • slaapt slecht of wordt ’s nachts vaak angstig wakker, bijvoorbeeld door vervelende dromen;
  • kan ook weer gaan bedplassen;
  • klaagt over buikpijn of hoofdpijn terwijl het niet ziek is;
  • komt vaak thuis met kapotte kleren of spullen en kan niet goed uitleggen waardoor dat komt;
  • wil niet door een bepaalde straat of buurt lopen of fietsen.

Let ook op blauwe plekken of schrammen waarvoor geen verklaring is.

Wat kun je als ouder zelf doen?

Het is belangrijk om meteen in actie te komen. Het pesten zal niet vanzelf stoppen.

  • Praat met je kind over de gedragsverandering.
  • Vraag of er iets aan de hand is op school of op de sportclub.
  • Praat met de beroepskrachten of vrijwilligers die verantwoordelijk zijn voor de plek waar het pesten gebeurt, zoals de leerkracht.
  • Bespreek het probleem met de beroepskracht of vrijwilliger en maak afspraken over wat eraan gedaan wordt. Bespreek ook wat jij kunt doen. Na een paar weken praat je weer met elkaar om na te gaan of de aanpak heeft geholpen.
  • Je kunt ook praten met andere ouders die ervaringen hebben met pesten.
  • Natuurlijk is het ook nodig om je kind te helpen om met het probleem om te gaan.

Goed om te weten

Geef je kinderen vaak complimenten. Dan krijgen ze het gevoel dat ze de moeite waard zijn. Ze staan dan sterker als een ander kind hen pest. Het pesten raakt hen minder hard als ze veel zelfvertrouwen hebben. Merkt de pestkop dat je kind het niet zo erg vindt? Dan gaat hij minder pesten.

Op het Pestweb.nl kun je meer lezen over pesten. Je kunt ook bellen met de Hulplijn Pestweb: (0800) 282 82 80.

 

Contact met school

Neem contact op met de school en andere ouders. Vertel dat je kind gepest wordt. Kijk of jullie er samen iets aan kunnen doen. Veel scholen hebben speciale regels die gelden bij pesten. De leerkracht kan je hier meer over vertellen.

Zeg je kind dat je gaat proberen het pesten te stoppen, en dat je dat doet met hulp van anderen, bijvoorbeeld de school. Bespreek en oefen met je kind wat het kan doen in verschillende situaties.

Wat als je kind pest?

Is je kind niet het slachtoffer maar juist de pestkop of doet het mee aan pesten? Dan is het ook belangrijk om dit met je kind te bespreken. Ook dan is het goed om contact op te nemen met de school. Zo kun je samen bespreken wat de beste oplossing is.

Wat zijn de gevolgen van pesten?

Kinderen die regelmatig gepest worden, kunnen bang, onzeker en verlegen worden. Ze kunnen bovendien last krijgen van buikpijn, hoofdpijn en nachtmerries. Vaak hebben ze steeds minder zin om naar school te gaan. Pesten kan zelfs ernstige gevolgen hebben, zoals minder of geen zelfvertrouwen of een depressie.

Trefwoorden A-Z