Of bel naar het telefonisch spreekuur, dagelijks tussen 9-11u en 16-17u
078 - 770 81 81

lastig: jaloezie

Een van de lastigste dingen van ouder zijn, is dat je soms geen vat lijkt te krijgen op je kind, ook al doe je heel erg je best.

Zo kan het zijn dat je in wezen alles goed doet: je biedt een veilige structuur, je steunt, stimuleert en stuurt je kind, maar toch lijkt het niet te werken. Dan kun je aan jezelf gaan twijfelen. Je kind merkt dat en reageert erop. Zo kun je in een negatieve spiraal terechtkomen, waar de relatie tussen jou en je kind niet beter van wordt.

Elk kind is uniek

Bij de opvoeding zijn altijd ten minste twee partijen betrokken: de ouder en het kind. Kinderen kunnen ook zo hun problemen hebben, waardoor ze extra lastig op te voeden zijn. Het ene kind steekt nu eenmaal anders in elkaar dan het andere. Sommige kinderen neigen meer naar probleemgedrag dan andere. Dat maakt ze nog geen mindere mensen; elk kind is uniek en eigen, maar het is voor jou als ouder wel moeilijker om een kind op te voeden dat probleemgedrag vertoont.

Niet alleen kun je zelf last hebben van het gedrag van je kind, mensen uit de omgeving kunnen ook negatief of betweterig reageren. Dat kan heel vervelend zijn.

Agressie

Agressief gedrag is menselijk, maar toch schrik je wanneer je eigen kind schopt, bijt of slaat. Een kind kan agressief gedrag vertonen uit frustratie, boosheid, onmacht of angst. Zelfs bij heel jonge kinderen komt dat voor.

Zelf doen!

Als je kind ouder wordt, zal het steeds meer dingen zelf willen doen. Peuters kunnen ervan overtuigd zijn dat ze iets kunnen, en als het dan toch niet lukt (of niet mag), is de kans groot dat ze boos en gefrustreerd raken. Dat kunnen ze afreageren op hun speelgoed, maar ook op andere kinderen of op hun ouders.

Bijten, schoppen, slaan

Jonge kinderen kunnen hun gevoelens nog niet goed beheersen en ze ook nog niet op een goede manier uiten, zoals door te praten. Ze kunnen hun boosheid wel lichamelijk uiten, bijvoorbeeld door te bijten, schoppen, duwen of slaan. Tot de leeftijd van 3 jaar vertonen de meeste kinderen wel eens agressief gedrag. Hier denken ze niet bij na. Daarna neem het af, doordat kinderen steeds beter leren praten en negatief gedrag afleren.

Wat kun je doen tegen agressief gedrag?

  • Reageer onmiddellijk als je kind een ander pijn doet. Ga er naartoe, maak contact en zeg duidelijk en beslist: ‘Nee, niet pijn doen.’
  • Blijf rustig. Als je kind slaat, sla dan niet terug.
  • Stemverheffing of schreeuwen helpt ook niet.
  • Je kunt je kind beter even apart zetten als straf. Het is belangrijk dat je het gedrag daarna met je kind bespreekt.
  • Vertel je kind op een rustige maar duidelijke toon welk gedrag je niet accepteert en waarom niet, bijvoorbeeld omdat het pijn doet.
  • Vertel ook dat je begrijpt dat je kind zich boos voelt, maar dat het niet mag slaan, schoppen of bijten. Op die manier stel je duidelijke regels en grenzen aan het gedrag van je kind.
  • Verder is ‘sorry zeggen’ natuurlijk ook belangrijk, maar verplicht kusjes geven aan het slachtoffer lokt vaak weer een nieuwe uithaal uit. Houd het liever neutraal.
  • Het allerbelangrijkste is dat je je kind elke keer complimenten geeft als je ziet dat het goed samenspeelt.

Een broertje of zusje

Jaloezie komt veel voor bij jonge kinderen die een broertje of zusje krijgen. De meeste (oudere) peuters zijn af en toe jaloers. Dat is normaal. Ze snappen niet goed wat er aan de hand is en hebben er moeite mee dat ze de aandacht die ze normaal krijgen nu moeten delen.

Wennen aan de nieuwe situatie

Voordat een broertje of zusje wordt geboren, kun je je kind hierop voorbereiden door erover te praten en je kind erbij te betrekken. Na de geboorte geef je je kind wat extra aandacht. Laat duidelijk merken dat je nog net zo veel van je kind houdt als altijd. Dat kun je ook laten voelen door af en toe samen iets leuks te doen zonder dat de baby erbij is. Verder is het goed om kinderen te betrekken bij het nieuwe broertje of zusje, bijvoorbeeld door ze mee te laten helpen met de verzorging van de baby als ze dat willen. Benadruk de belangrijke rol die de ‘grote’ broer of zus heeft.

Delen

Kleine kinderen hebben de neiging om spullen te verzamelen. Ze houden hun spullen goed in het oog, en als iemand er aankomt, zullen ze dat niet toelaten. Je kind zegt vast ook vaak: ‘Van mij!’ Delen is op deze leeftijd nog moeilijk, maar het is wel belangrijk dat je kind het leert.

 

Trefwoorden A-Z