Of bel naar het telefonisch spreekuur, dagelijks tussen 9-11u en 16-17u
078 - 770 81 81

angstig gedrag

Iedereen is wel eens bang. Maar sommige kinderen zijn eerder bang dan andere kinderen. En angst hangt met de leeftijd samen. Een kleuter weet bijvoorbeeld nog niet heel goed het verschil tussen iets wat echt is en wat fantasie is.

Hoe herken je angst bij je kind?

  • Je kind heeft een lichamelijke reactie, bijvoorbeeld: veel buikpijn, een wit gezicht, huilen, trillen, klamme handen, schrikken, weer in bed gaan plassen.
  • Je kind droomt veel en kan of wil niet slapen.
  • Je kind durft niet (meer) alleen te zijn.
  • Je kind is veel met een gebeurtenis bezig en speelt bijvoorbeeld enge situaties na.
  • Jongere kinderen kunnen last hebben van heimwee, als ze uit logeren gaan.

Hoe ga je om met de angst van je kind?

Veelvoorkomende angsten bij basisschoolkinderen zijn: angst voor alleen zijn, het donker, onweer, honden (of andere dieren), voor een ongeluk of brand of een inbreker die het huis binnensluipt. Hoe ga je als ouder om met dit soort angsten?

  • Benoem de angst van je kind.
  • Probeer zelf rustig te blijven door je op je adem te concentreren.
  • Lukt dit niet, dan kun je aangeven dat je de situatie zelf ook niet zo prettig vindt.
  • Ga er niet in mee als je kind de situatie wil ontlopen, maar moedig het juist aan nieuwe dingen te proberen. Iets forceren heeft trouwens geen zin.
  • Geef je kind meteen een compliment als het lukt rustig te blijven in enge situaties.
  • Bedenk samen dingen die kunnen helpen in enge situaties, zoals je ontspannen en aan iets leuks denken.
  • Help je kind stap voor stap zich over angsten heen te zetten. Als je kind bijvoorbeeld bang is voor honden, ga dan eerst samen naar plaatjes kijken van honden, en probeer dan eens een kleine en daarna een grotere hond te aaien. Als het beter gaat kun je je kind leren dat je niet zomaar alle honden kunt aaien die je niet kent, omdat dit gevaarlijk kan zijn.
Trefwoorden A-Z