Of bel naar het telefonisch spreekuur, dagelijks tussen 9-11u en 16-17u
078 - 770 81 81

drugs

Jongeren experimenteren soms met drugs. Voor hun ouders levert dat vaak een lastig moment in de opvoeding op. Je wilt natuurlijk niet dat je kind aan drugs verslaafd raakt, maar niet elke jongere die experimenteert, raakt in de problemen.

Risico’s van drugs

Er zijn veel verschillende soorten drugs, zoals:

Ieder middel brengt andere risico’s met zich mee. Zo kunnen middelen schadelijk zijn voor de longen, lever, hersenen en het hart. Verder bestaat er een risico op verslaving. Bij verslaving is ‘willen’ veranderd in ‘moeten’ gebruiken. Een ander woord voor verslaving is ‘afhankelijkheid’. Afhankelijkheid kun je opdelen in geestelijke en lichamelijke afhankelijkheid.

Praten over drugsgebruik

Het is belangrijk dat je weet of je kind drugs gebruikt. Praat met je kind over drugs en probeer erachter te komen welke drugs hij of zij gebruikt, hoe vaak en waarom. Begin het liefst al voor het twaalfde jaar met gesprekken over drugs.

Elke jongere kan in aanraking komen met drugs en zal dan zelf moeten bepalen waar zijn grens ligt. Als je kind wil experimenteren, kun je dat als ouder niet tegenhouden. Je kunt je kind wel vertellen waar jouw grenzen liggen en je kunt het helpen de eigen grens te bepalen. Straf je kind niet voor experimenteren, maar praat er juist samen over.

Mijn kind gebruikt

Als je kind drugs gebruikt, probeer daar dan samen over na te denken en maak duidelijke en haalbare afspraken over het gebruik. Informeer jezelf zodat je weet waar je het over hebt.

Stimulerende middelen

Van stimulerende middelen krijgt je kind het gevoel meer energie te hebben en alerter te zijn. Cocaïne en amfetamine zijn bijvoorbeeld stimulerend. Maar ook tabak en koffie zijn dat, al zijn deze middelen niet illegaal.

Verdovende middelen

Verdovende middelen hebben een kalmerende en ontspannende werking. Van verdovende middelen wordt je kind slaperig. Voorbeelden zijn heroïne en GHB, maar ook alcohol en slaapmiddelen.

Bewustzijnsveranderende middelen

Bewustzijnsveranderende middelen veranderen tijdelijk het bewustzijn. Als je kind ze gebruikt, gaat het de wereld (heel) anders zien en beleven. Voorbeelden zijn LSD, hasj en wiet, paddo’s en andere tripmiddelen.

Het onderscheid naar werking is niet altijd scherp te maken. Sommige middelen hebben een gemengd effect. XTC is bijvoorbeeld oppeppend, maar verandert ook de waarneming. Hasj en wiet kunnen (afhankelijk van de dosis en de situatie) behalve bewustzijnsveranderend ook versuffend werken.

Meer informatie over de effecten van drugs vind je op de website Drugsinfo.nl van het Trimbos instituut.

Open gesprek

Jouw invloed is het grootst als je een goede verstandhouding met je kind hebt; als je aardig en eerlijk met elkaar over van alles kunt praten. Het is goed om te weten dat experimenteergedrag van pubers over het algemeen niet uit de hand loopt als ze zelfstandig zijn, ‘nee’ kunnen zeggen en niet uit verveling gebruiken.

Je kind aanspreken

Als je merkt dat je kind toch regelmatig drugs gebruikt is het extra belangrijk om in gesprek te blijven.

  • Zorg dat je goed op de hoogte bent van alles wat met drugs te maken heeft.
  • Als je je kind wilt aanspreken op drugsgebruik, kies dan een goed moment. Ga het gesprek niet aan als je bijvoorbeeld boos bent of als je kind terugkomt van een feestje, en ook niet als er anderen bij zijn. Kies liever een rustig moment uit.
  • Confronteer je kind direct met wat je hebt gezien.
  • Benoem wat je hebt gezien en geef aan dat je denkt dat hij of zij drugs gebruikt.
  • Vraag dan hoe lang je kind dat doet, hoe vaak en met wie.
  • Je mag bezorgd zijn, maar probeer wel open en belangstellend te zijn.
  • Maak er geen kruisverhoor van, want dat werkt averechts.

Eerst luisteren

Probeer goed te luisteren naar wat je kind te zeggen heeft. Houd het gesprek rustig en vraag niet te veel door. Het is waardevol om te kunnen blijven communiceren. Zeker als het probleem ernstiger blijkt dan je denkt, is het belangrijk dat je in gesprek kunt blijven om samen hulp te kunnen zoeken.

Dan regels

Na een eerste gesprek kun je erop terugkomen en vertellen wat voor jou de regels en grenzen zijn en waarom je die stelt. Je kunt vragen of je kind weet welke risico’s drugsgebruik met zich meebrengt.

Advies en hulp

Het is misschien nodig advies en hulp te zoeken bij een instelling voor verslavingszorg. Als je kind geen hulp wil, kun je nog wel voor jezelf hulp zoeken. Schaam je hier niet voor. Er zijn in Nederland talloze mensen met verslavingsproblemen. Je kind is niet de enige. Op de website Drugsinfo.nl van het Trimbos-instituut kun je een hulpinstelling zoeken bij je in de buurt.

Je kunt je zoon of dochter ook folders over drugs geven. Dan krijgen jongeren niet het gevoel dat je ze de les probeert te lezen. Soms is het handig om zulke folders (zogenaamd) achteloos op tafel te laten slingeren.

Trefwoorden A-Z